Riet Dijkstra
TWEE VISSEN EN VIJF BRODEN
Als twee vissen en
vijf broden
zo heeft mijn
ziel U van node
U kent mij
en mijn levenscode
als twee vissen
en vijf broden
zo heeft mijn
ziel U van node.
En heb ik niets te eten,
verberg ik mijn gelaat
er is verschil
tussen doen en weten.
Maar wetend
dat U mij niet verlaat
wil ik datgene geven.
Een mens zal bij
brood alleen niet leven.
Wij hebben meer
van node
dan twee vissen
en vijf broden.
Mijn leeg bestaan
raakt U nu aan.
En al doet t leven
dan soms pijn
Ik mag weten:
Bij U zal het altijd
'Amen' zijn.
HORIZON
Als mijn leven voorbij zal zijn,
mijn wezen samensmelt met 't goddelijke brein.
Als mijn lichaam niet langer lijdt
en als mijn horizon zich verwijdt.
Als mijn denken zich niet meer vermoeit.
Ja, als mijn geest spiritueel groeit
en als mijn ziel zich losraakt,
de draagkracht ervan zich losmaakt
van het aardse dat mij omsloot,
gaand' naar zijn overkant, dat heet geen 'dood'
Dat is het 'alles' hoe het eens begon.
Dat heet de heerlijkheid - Gods Horizon.
Jan Eshuis
LEVENSPERRON
Zij heeft de laatste levenstrein gemist
en staat nu eenzaam en verlaten
in regen, kou en mist
Veel treinen zijn gekomen en gegaan
ze was te trots er één te nemen
en heeft ze allen laten gaan
haar vrienden en vriendinnen zijn verdwenen
eerst nu heeft zij zich vergewist
de ijdelheid der ijdelheden
de dagen werden korter en de nachten kouder
het levensperron wordt stiller
en zij wordt almaar ouder... ...
VOOR HET GERECHT
Wij hebben niets verloren in dit leven
en zijn thans saamgebracht voor het gerecht
de waarheid leeft in wezen ongeknecht
zelfs daar waar rechters gene rechtspraak spreken.
Wij staan hier vastgeboeid als zware boeven
en horen gans het vonnis aan
het is niet voor ons zelf dat wij hier staan
maar voor de mens zijn vrijheid en geweten.
Het vonnis is geveld, wij worden weggeleid
maar zien nog één keer op naar onze vrinden
met wien wij zwijgend de gemeenschap vinden
dan volgt een jarenlange zware kerkertijd.
Annabel van der Meer-Teunisse
VOOR JOU,
Voor jou, mijn schat
Voor alles, wat je gedaan hebt
Voor alles, wat je niet gedaan hebt
Voor alles, wat je geweest bent
Voor alles, wat je niet geweest bent
Ik houd van jou voor alles
Dus voor niets, dus voor alles;
Dank je mijn schat
Voor niets, voor alles.
Voor alles, wat je me leerde
Voor alles, wat je me niet leerde
Voor alles, wat je zei
Voor alles, wat je niet zei
Voor alles, wat je begreep
Ik houd van jou voor alles
Dus voor niets, dus voor alles;
Dank je mijn liefste
Voor niets, voor alles ... ...
Wat is niets?
Wat is alles?
Het leven leert:
De dood leert:
LEVEN
SPIEGEL
Spiegelbeeld...verstilde
rimpeling van herinnering.
Misschien zelfs even geleden
maar toch nog...
verinnerlijking van het uiterlijk.
Zonder zilver is de spiegel glas.
Fata morgana van wat ooit was
en eeuwig zijn zal...spiegel.
AFORISMEN
Tijd is geld!
De grootste misvatting aller tijden, die nog steeds opgeld doet.
De klanken van het geluidloos alfabet benaderen slechts de stameling van de juiste betekenis.
God de uiterste vorm van zelfbescherming tegen het naakte bestaan?
Steenkool is ook diamant!
József Pohner
Cultuur
Cultuur is land, volk en taal
De één kan niet zonder de ander;
Berooft men één van de drie,
dan ben je ook geen Nederlander.
Gespleten is de mens op aard;
als hij van zijn land wordt beroofd;
verdreven van zijn huis en haard,
verdreven van al zijn geloof.
Cultuur, is je naaste beminnen.
Het is jouw volk, het is je aard.
Daar ben je thuis, daar ben je binnen;
samen warm, bij een -- open haard.
Cultuur is de boodschap der volkeren,
vredig wonen naast elkaar.
Ieders plicht dit te vertolken,
De heilige plicht van ons bestaan.
Cultuur is land, volk en taal,
Is liefde, is licht, is leven,
Daar is je herkomst en toekomst,
Is in ieders taal geschreven.
Joegoslavië
Nog zie ik de taferelen,
van '45 terug.
Nu blijkt het verleden;
een onverwoeste brug.
Hoe mijn moeder werd verkracht;
zag ik weer gebeuren.
Als kind, had dit niet verwacht,
het kwaad in deze reuzen.
Pas later heb ik het begrepen,
waarom mijn vriendje daar zo lag,
zo immens uit elkaar gereten:
Aan zijn schoenen zag ik wie het was.
En al die stijve lijken,
tot aan de overkant.
En sta weer te kijken.
Nu op tv en in de krant.
februari 1993
Jürgen Smit
Vannacht weer een goed gedicht verslapen
in 't schemergebied voor 't slapen gaan
zag ik een gedicht zo helder voor ogen staan
dat ik van mening was 'm de volgende ochtend
zo op te kunnen rapen.
Maar toen ik vanmorgen ontwaakte
was een blanco vel alles wat ik constateerde
hoe hevig ik mijn hersenen ook kraakte
hoe ik de waas van dromen en fantasieën ook fileerde
Ik trof afgebrande dorpen, soldaten stervend in de klei
Zag mezelf naakt rennen door afgeladen volle straten
een vrouw in een sloppenwijk met een geldboom groeiend uit
haar zij
en ik was de kunst machtig met de dieren de teloorgang
der natuur te bepraten
Kon elk vraagstuk doorgronden, elk geloof vond in mij
gehoor
Maar van de wijsheid die ik gisteravond zo treffend wist
te verwoorden trof ik geen enkel spoor.
OORLOG
Onder een stille hemel hoor ik
de winter naderen
oorlogstuig aangesleept over
modderige wegen
rangeren ondoorgronde haat
langs afgebrande akkers - en
overvolle rookspugende steden
Geen woord nog reppend
over de lege slee
die vanmorgen
van de berg kwam.